De warme overdracht van Wim

Wim is 42 jaar en bekend met een bipolaire 1 stoornis. Hij is daarvoor al jaren in behandeling bij het FACT, binnen de sggz. Zeker in perioden dat hij abrupt met zijn lithium stopte, raakte hij manisch psychotisch waarna opname volgde. Inmiddels is Wim er zich van bewust dat hij zijn medicatie nodig heeft. Wim woont zelfstandig, wordt één keer in de maand gezien door het FACT en zijn zus, die in dezelfde stad woont, houdt ook een oogje in het zeil. Wim is sinds één jaar medicatietrouw en heeft al twee jaar geen opname meer gehad.

Maandagochtend in het MDO

Het is donderochtend 10.00 uur als het MDO bij elkaar komt voor hun maandelijks overleg. Ook Jos, verpleegkundig specialist bij Mindfit, zit bij deze bespreking. Op de agenda staat de vraag of Wim uit zou kunnen stromen bij het FACT. Wim en zijn behandelaar zijn daar al enige tijd over in gesprek. Jorien, behandelaar bij FACT: “Wim en ik kennen elkaar al jaren. Het is voor hem best spannend om ons contact los te laten en met iemand anders te maken te krijgen. Het voelt alsof hij een veilig evenwicht, met vallen en opstaan bereikt, op het spel zet. Maar ik heb er alle vertrouwen in. En ook Wim geeft aan dat hij er klaar voor is.” Samen kijken de aanwezigen nauwkeurig of alles op orde is om het traject in de SGGZ inderdaad af te sluiten. Waar liggen de zwaartepunten in de behandeling? Welke ketenpartners zijn betrokken? Moeten er nog andere partners betrokken worden? Hoe ziet de daginvulling van Wim eruit en wat is zijn netwerk? Welke naasten zijn van belang?

In sommige gevallen kan de stap naar de POH GGZ en de huisarts gemaakt worden. Ook dat wordt in de overweging meegenomen. Maar in het geval van Wim moet, gezien zijn lithiumgebruik en bipolaire 1 stoornis, deskundigheid op het gebied van stemming en medicatie gewaarborgd zijn. Daarom wordt besloten tot overdracht naar de basisggz. Op verschillende levensgebieden heeft het FACT-team al veel in werking gezet in samenwerking met partners uit het sociaal domein.

Wim, Jos en Jorien

Op een maandagmiddag hebben Wim en Jorien een afspraak met Jos op de locatie van Mindfit. Jos heeft het dossier van Wim gelezen. In de welkomstmodule van Mindfit heeft Wim zelf al aangegeven hoe het nu met hem gaat. De doelen waar hij aan wil werken, heeft hij nog niet ingevuld. Het vertrouwen in de nieuwe stap moet bij Wim nog groeien. Wat wil hij de komende tijd bereiken? Een mooi onderwerp van gesprek….
Jos wil verder in deze overdracht vooral meer informatie krijgen over het signaleringsplan dat het FACT samen met Wim heeft opgesteld, en het belang van herkennen van vroegsignalen. Jos: “Als je zelf goed herkent wanneer het minder goed met je gaat en dan op tijd aan de bel trekt, dan houd je zelf de regie en kun je een crisis voorkomen. Zo beslist niet iemand anders over je leven, zoals bij een opname. Uiteindelijk heb je dan steeds minder hulpverlening nodig, want je weet zelf wat je moet doen.” Voor nu is dat voor Wim nog een spannende gedachte. Hij stemt ermee in dat Jos contact mag opnemen met Jorien als hij meer wil weten over hoe de behandeling bij het FACT verliep. Jorien kent Wim immers al jaren. Wat heeft in het verleden gewerkt? En wat niet? En ook Wim kan daar natuurlijk meer over vertellen. Verder geeft Wim aan dat hij het fijn vindt als zijn zus de volgende keer mee komt om kennis te maken met Jos.

De samenwerking blijft

De overdracht van sggz naar basisggz is in het geval van Wim goed verlopen. En dat is belangrijk, want niemand is er bij gebaat als Wim weer terug zou moeten naar het FACT.
Jos: “Alles draait om ‘elkaar kennen’. Het is belangrijk dat onze partners weten wie we zijn en wat we doen. En vooral ook wat we niet doen. Als een cliënt instabiel is, of nét op het moment staat zijn medicatie af te gaan bouwen, dan is dat niet het goede moment voor overdracht naar de basisggz. Ik loop letterlijk bij Jorien binnen als ik even wil sparren. Ik hoef het wiel niet opnieuw uit te vinden, ik kan zo bij haar terecht. Ook doordat we als behandelaren van de basisggz aanwezig zijn bij het MDO, kent iedereen elkaars gezicht en zijn we van begin af aan betrokken. Die samenwerking is essentieel, ook na de overdracht.”